De Baai langer op huidige plek

De Baai langer op huidige plek

Brasserie de Baai blijft waarschijnlijk tot de zomer van 2020 op de huidige plek tussen Parkwijk en Leidsche Rijn Centrum.

De legendarische Utrechtse poffertjeskraam van Victor Consael – waarin restaurant De Baai sinds 2010 in huist – gaat voorlopig niet terug naar de binnenstad van Utrecht. De tot strandtent getransformeerde poffertjeskraam zal naar alle waarschijnlijkheid tot de zomer van 2020 aan de rand van Parkwijk blijven, vlakbij Leidsche Rijn Centrum.

Eerder leek het dat De Baai voor het einde van dit jaar moest sluiten op deze plek, maar nu is er een omgevingsvergunning ingediend om anderhalf jaar langer open te blijven. Van de zomer waren er jubelende berichten dat de poffertjeskraam – die jarenlang een vaste plek had op het Vredenburg en het Neude – mogelijk zou verhuizen naar het Smakkelaarsveld, dat in 2019 op de schop gaat en onder meer een nieuw park krijgt.

Verdrietige Utrechters zagen de nostalgische poffertjeskraam in 2007 volledig uit het Utrechtse stadsbeeld verdwijnen. Op social media reageerden velen dan ook enthousiast op het idee van Lingotto, de ontwikkelaar van het nieuwe Smakkelaarsveld. Er heeft tot op heden echter nog geen overleg plaatsgevonden met de huidige eigenaar van de voormalige poffertjeskraam.

Restaurant De Baai krijgt vanwege de verblijfsverlenging in Leidsche Rijn momenteel een flinke opknapbeurt. Veel Leidsche Rijn-bewoners zijn blij dat het stadsstrand – een van de eerste horecagelegenheden in de Vinex-wijk – mogelijk langer open blijft. Hiervoor is onlangs door bewoners ook een petitie begonnen.

Uiteindelijk zal De Baai verdwijnen uit Parkwijk, wanneer de eigenaar van de horecagelegenheid een vervangend restaurant heeft geopend op het A2-tunneldak op het Berlijnplein. Het ontwerp voor dit restaurant is inmiddels klaar en zal binnenkort worden voorgelegd aan Rijkswaterstaat, de eigenaar van de tunnel. Maar het duurt nog even voordat de bouw kan beginnen en klaar zal zijn. Dus hopelijk tot die tijd …..

Bron: Ursula van Duin, Telegraaf 28 nov.